• LinkedIn Social Icon
  • Twitter Social Icon
0

Van de prins geen kwaad weten

Bijgewerkt: mei 12


Catharina-Amalia van Amsberg is, als vermoedelijke troonopvolgster, op dit moment prinses van Oranje. De titel prins(es) van Oranje is omstreden geweest in het verleden. Dat is ook de reden dat heden ten dage nóg twee families deze titel voeren: De Mailly Neslé en Von Hohenzollern.[1] Aan het eind van de veertiende eeuw leefde in het zuiden van het tegenwoordige Frankrijk een andere prinses van Oranje met de naam Marie des Baux. Ze was de laatste wettige telg van deze machtige adellijke familie die goede banden onderhield met de keizers van het Rooms-Duitse rijk waartoe het vorstendom Orange behoorde.


Zo heeft het de Rooms-Duitse keizer Frederik Barbarossa in de twaalfde eeuw zelfs behaagd om deze familie het muntrecht te verlenen als compensatie voor de verliezen die het had geleden in de Provence tijdens de Baussenque-oorlogen tussen het huis van Barcelona en het huis van Baux. Dit muntrecht zorgde ervoor dat men geld kon scheppen en was daarmee één van de privilegiën die de eigendom van dit vorstendom aantrekkelijk maakte.


De kleine soevereine staat werd door de eeuwen heen diverse malen door de Franse koningen bezet waarmee ze blijk gaven van heel andere ideeën over het antwoord op de vraag aan wie hij toebehoorde. Orange was een object van strijd om de macht in Europa tussen de dynastieën Valois en Bourbon enerzijds en de families der Hohenstaufen, Welfen, Habsburg etc. anderzijds. Daarnaast speelde het een belangrijke rol in de godsdiensttwisten tussen de katholieken en protestanten, waarbij het feit dat het vorstendom in handen kwam van Willem de Zwijger niet behulpzaam was bij het kalmeren van de gemoederen.


Om enig zicht te geven op maatverhoudingen, kan nog vermeld worden dat het vorstendom waarover de vader van Marie des Baux heerste ongeveer zo groot was als Ameland en op een reisafstand van circa 6 weken te paard lag vanaf 's-Hertogenbosch.


Van Des Baux via Châlon in handen van Van Nassau: omstreden verervingen

Na de dood van haar vader Raymond IV des Baux op 10 februari 1393 erfde prinses Marie het vorstendom. Ze was een aantal jaren ervoor (11 april 1386) getrouwd met Jean III van Châlon-Arlay, die vanwege dit huwelijk eveneens 'prince d'Orange' werd. Aldus gingen het vorstendom en de titel van de familie Des Baux over op de Châlons. Uit dit huwelijk werden 5 wettige kinderen geboren: Louis, Jean, Hugues, Alix en Marie. Het vorstendom bestond op dat moment uit vijf gemeenschappen: de stad Orange, de burcht van Courthézon en de dorpen: Jonquières, Gigondas en Violès, naast enige edele lenen. In de Dauphiné bezat de prins nog de baronieën van Curneyer, Orpierre en Trescleous.[2]


Na een aantal verervingen zou dit vorstendom in 1544 toevallen aan wie wel de Vader des Vaderlands wordt genoemd: Willem van Nassau, ook wel bekend zoals hiervoor genoemd De Zwijger. Deze verervingen zijn interessant en zullen worden beschreven in de boekenserie: 'Van de prins geen kwaad weten', die binnenkort start met de publicatie van het eerste deel: 'Philibert van Châlon, prins van Oranje', waarover hierna meer.


De Nederlandse Oranje-identiteit

Oranje vervult naast het rood, wit en blauw van ons huidige dundoek[3] een belangrijke rol bij het kleur geven aan de nationale identiteit van de Nederlander. De kleur staat symbool voor het koningshuis en wordt bijvoorbeeld gebruikt om nationale sportteams aan te duiden. Dat het een belangrijke kleur is voor de Nederlanders blijkt wel uit het feit dat straten tijdens grote manifestaties oranje kleuren en iedereen zich uitdost met oranjegekleurde prullaria. En wat te denken van het volksliedje ‘Oranje boven’, dat overigens sinds we een koning hebben detoneert, tenzij er een betekenisverandering van het lied heeft plaatsgevonden en nu Máxima Zorreguieta wordt bezongen sinds de troonsbestijging door Willem-Alexander van Amsberg.[4]


We zien het ook terug in de taal door de talloze woordcombinaties met daarin oranje, zoals oranjebitter, oranjecafé, oranjegekte en oranjelegioen om er enkele te noemen. De oorsprong van het gebruik van oranje als identiteitsbepalende kleur ligt echter niet in Nederland maar in de hiervoor genoemde plaats Orange, in het Zuid-Franse departement dat sinds 1793 Vaucluse wordt genoemd, op zo’n dertig kilometer boven Avignon. Orange – in de late middeleeuwen in het Frans ook wel Aurenge, Aurange of Orenge genoemd – was een vorstendom met een rijke geschiedenis die terug gaat tot ver vóór het begin van onze jaartelling.



Oorsprong van de naam van het vorstendom Orange

De herkomst van de naam van het vorstendom Orange is allerminst zeker. La Pise noemt de volgende namen voor de stad in de Griekse tijd: Arausion of Araision. In de Romeinse tijd worden genoemd: Arausio, Aurasica, Arausica, Arausia, Auraica en Aurengia.[5] Over de oorsprong van de naam van de stad Arausio die rond 36 voor Christus als Romeinse nederzetting werd gesticht ten behoeve van de veteranen van het tweede Romeinse Legioen[6], zijn de meningen verdeeld. Tal van verklaringen zijn gegeven.


La Pise noemt als algemeen gangbare uitleg in zijn tijd dat de naam is afgeleid van het woord Aura (wind) waarbij hij steunbewijs vindt in de naam die ter plekke wordt gegeven aan de krachtige wind die in deze streek dominant is, te weten: Aure. Daarnaast noemt hij Orage wat staat voor onweer of noodweer. Bonaventure de Sisteron betoogt dat de etymologische verklaring die auteurs als La Pise en Escossier zoeken in het Latijnse woord voor wind: Aura onjuist is.[7] Hij geeft een afwijkende verklaring in de stichting van Orange door de Phocaea in de 6e eeuw voor Christus. Orange zou toen Chrysopolis hebben geheten, wat in het Latijn vertaald Aurea Civitas of Gouden Stad betekent. Liever dan zich over te geven trokken deze Phocaea (Ionische Grieken) tijdens de belegering door de Perzen in het midden van de 6e eeuw voor Christus vanuit West-Anatolië (het gebied rondom het huidige Foça in Turkije) naar het westen en stichtten daarbij meerdere Apoikia (nederzettingen ver van huis). Steden zoals Marseille (Massalia of Μασσαλία) in Frankrijk en Velia (Hyele of Yέλη) tussen 538–535 voor Christus in Italië, maar ook Orange (Chrysopolis) dateren uit die tijd. Als verklaring voor de oorsprong van de naam Orange wordt ook verwezen naar de Gallische watergod Arausio, terwijl E. Duprat op basis van linguïstische argumenten aangeeft dat de naam Arausio uit het Ligurisch stamt: de taal die werd gesproken door de Liguriërs die deze streek bewoonden vóórdat de Galliërs en later de Romeinen bezit namen van het gebied. Hij wijst er ook op dat de Liguriërs hoger ontwikkeld waren dan de Galliërs door hun handelscontacten met onder meer de Phoeniciërs. Hij acht het dan ook niet aannemelijk dat de inval van de Galliërs geleid zal hebben tot een aanpassing van de naam van deze plaats, temeer omdat ook andere plaatsen met een Ligurische oorsprong hun naam hebben behouden, zoals Vasio, Aramo en Bellinto. Duprat verwijst in een noot ook nog naar Pottier die meende dat de naam ontleend zou zijn aan een beekje met de naam l’Araïs.[8] Weer een andere uitleg wordt gegeven door D’Arbois Jubainville, die aanwijzingen zegt te hebben voor de afleiding van de naam Arausius, die weer zou stammen van de Gallische naam Arausa.[9]


Over de herkomst van het woord Orange/Oranje

Over de etymologie van het Franse woord Orange zegt Clédat dat er verwantschap is met het Provençaalse Oronge (een schimmel met een oranje kleur). Het woord zou afgeleid zijn van Arange van het Arabische Narandj en onder invloed van het Franse woord voor goud: Or, zijn veranderd in Orange.[10] Philippa zegt: ‘“Oranje” stamt uit het late Sanskriet, de Oudindische taal waarin de sinaasappelboom – de bittere variant – naranga heette. Het Perzisch nam dit woord over als narang en vervolgens kwam het in het Arabisch als narandj.’[11] Ze geeft aan dat veel Arabische woorden via het Spaans (naranja) in de Europese talen terecht zijn gekomen.[12] ‘De beginklank van het Spaanse naranja, de n, werd in het Frans, het Italiaans en het Portugees opgevat als het onbepaald lidwoord. In deze talen ontstond toen een nieuw zelfstandig naamwoord zonder de n: in het Italiaans werd het arancia en in het Portugees lanranja. De l is een rest van het oude Portugese bepaalde lidwoord la. Wij hebben oranje via het Frans. In deze taal is de -a veranderd in een -o. Daar zijn verschillende verklaringen voor.’, aldus Philippa, waarbij ze wijst op de vervanging van ar door or door associatie met het Franse woord voor goud: Or, een verklaring die hiervoor ook door Cledat wordt gegeven, maar ook op een afwijkende verklaring die andere – door Philippa niet met name genoemde – Franse etymologen geven, namelijk een verband met de Zuid-Franse plaats Orange. ‘De vrucht heette in het Frans eeuwenlang pomme d’orange: ‘appel uit Orange’, ‘appel van Oranje’. De arange werd vanuit Orange naar het noorden vervoerd. Vandaar pomme d’orange en later orange.’[13] Philippa bevestigt dat de plaatsnaam Orange niets te maken heeft met narandj. Ze wijst op de afkomst van de naam van de stad van het Latijnse Arausio, maar zoals hiervoor beschreven is dat slechts één van de verklaringen voor de herkomst van de naam voor de stad.


In het Nederlands treffen we in de historische literatuur onder meer de volgende schrijfwijzen van Orange aan in de samenkoppeling met ‘prins van’: Oranjen[14], Oragnien[15], Oraenjen[16], Orangien en Orangen. Hoe ‘prince d’Orange’ in de loop der tijd ‘prins van Oranje’ is geworden heeft wellicht iets te maken met de wijze waarop de g in het Frans wordt uitgesproken. Onze harde g-klank bestaat niet in het Frans en hier te lande hoorde men de zachte zje-klank, de stap naar oranje lijkt dan niet zo groot en een geleidelijke ontwikkeling (evolutieve innovatie) in deze zin lijkt niet ondenkbaar, maar dat is slechts speculatie. Misschien moet de verklaring gezocht worden in een vertaling van de naam van de stad Orange in Oranje vanuit de onjuiste veronderstelling dat de Franse naam de kleur aanduidt. Een interessant object voor historisch taalkundig onderzoek waarbij het feit dat één vorm (Orange, Oranje) meerdere betekenissen had (stad, vrucht en kleur) vermoedelijk extra complicerend is om eventuele intenties van de taalgebruikers te achterhalen die hebben geleid tot de veranderingen in betekenis en vorm, als dat überhaupt al mogelijk is.[17]



Historisch betekenisvol

Eenduidigheid bestaat wel over de bloedige veldslag die in 105 voor Christus, in Orange werd uitgevochten tussen twee Romeinse legers en de legers van de Germaanse stammen van de Cimbren en Teutonen. Een slag die naar verluidt eindigde in een desastreuze nederlaag voor de Romeinen waarbij rond de 120.000 manschappen, hulptroepen en hun gevolg het leven lieten. Waarschijnlijk was dit ook de plek waar Hannibal in 218 voor Christus de Rhône overstak. Over de vroegste geschiedenis van Orange, die dus terug gaat tot de voorchristelijke tijd is niet veel bekend en voor het doel van mijn onderzoek ook niet relevant. Met de reeks 'Van de prins geen kwaad weten' wordt niet beoogd om een uitputtende geschiedenis te schrijven over Orange[18], maar om enig inzicht te geven in het belang van dit vorstendom voor de Nederlandse historie en in het bijzonder voor de erfopvolging van de prinsen van Oranje. Indien het functioneel is voor een beter begrip van dit onderwerp dan zal het relevante relaas worden beschreven.


'Philibert van Châlon, prins van Oranje'

Dit is de titel van het eerste deel van de reeks in wording: 'Van de prins geen kwaad weten'. Het verschijnt in de tweede helft van mei 2020. Het betreft een vertaling van de biografie van de hand van de gerenommeerde Franse historicus en genealoog: Louis Sandret uit 1889. Ga voor meer informatie naar de pagina Artikelen.


Klik hier voor een aantal voorbeeldpagina's uit 'Philibert van Châlon, prins van Oranje'.


Indien u geïnteresseerd bent in deel 1: 'Philibert van Châlon, prins van Oranje' (ISBN: 9789083066103) stuur dan een e-mail naar: admin@pmjjfrissen.com en ik informeer u over de voortgang. U profiteert dan tevens van een introductiekorting van 15% bij het verschijnen.







Voetnoten [1] In deel 3 van de reeks in wording: 'Van de prins geen kwaad weten' zal dit uitvoerig behandeld worden, waarbij aandacht zal worden gegeven aan het geslacht De Bourbon-Conti dat eveneens aanspraak maakte op de titel prins van Oranje.

[2] Histoire de la principauté d'Orange, Comté A. de Pontbriant, A. Picard/Martinus Nijhoff, resp. Parijs/'s-Gravenhage, 1891, p. 9.

[3] In de eerste ‘nationale’ vlag, het oranje-blanje-bleu of de prinsenvlag, die bij het sluiten van de Unie van Utrecht in 1579 het officiële dundoek werd van de noordelijke provinciën – een samenwerkingsverband dat vooruitliep op de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden die in 1588 tot stand kwam – was wat nu rood is oranje.

Officieel vastgelegd zijn de huidige kleuren van de Nederlandse vlag pas in 1937. NSB-leider Mussert wilde het rood vervangen door oranje. Zo zei Mussert: ‘Rood is de kleur van de opstand, rood is de kleur van het bloed; rood is de kleur voor de aanduiding van gevaar. Waarlijk het rood in onze vlag is een noodsein. De huidige toestand wordt erdoor gekenschetst. Ieder onzer ziet echter met verlangen den tijd tegemoet, dat deze rode kleur, met toestemming van ons Vorstenhuis, veranderd zal kunnen worden in Oranje, dat dan boven het zwart tezamen daarmede het kenteken zal zijn, dat Nederland is herboren en dat het gevaar voor den ondergang van ons volk is afgewend. Daarvoor strijdt de NSB!’ Om hem de wind uit de zeilen te nemen nam Wilhelmina het besluit van 19 februari 1937 in Zell am See.

[4] Zie aangaande de toestemming tot het aangaan van een huwelijk en naturalisatie van echtgenoten van Nederlandse aanstaande staatshoofden de (Rijks)wetten van 26 januari 1901 (Hendrik van Mecklenburg), 24 november 1936 (Bernard van Lippe-Biesterfeld), 8 december 1965 (Claus von Amsberg) en 4 juli 2001 (Máxima Zorreguieta). Overigens kan erop gewezen worden dat de naturalisatieprocedure van Máxima Zorreguieta niet conform de wettelijke regels is verlopen (Reportage Twee Vandaag: 17 mei 2005). [5] Tableau de l’histoire des Princes et Principauté d’Orange divisé en quatre parties, Joseph de la Pise, L’Imprimerie de Theodore Maire, Den Haag, 1639, p. 4.

[6] De volledige naam ten tijde van de stichting van de Romeinse nederzetting was Colonia Iulia Firma Secundanorum Arausio.

[7] Histoire Nouvelle de la ville et principauté d’Orange, R.P. Bonaventure de Sisteron, Marc Chave, Avignon, 1741, p. 76 e.v.

[8] E. Duprat, Avennio dans Anneles de Provence, Revue d’Archéologie, Histoire, Linguistique de la Région Provençale, Vingt-quatrièmme année, no. 2, Avril, Mai, Juin 1926, p. 91 e.v.

[9] Recherches sur l’origine de la propriété Foncière et des Noms de lieux habités en France (Période Celtique et période Romaine), H. d’Arbois de Jubainville, Paris, Ernest Thorin, 1890, p. 520.

[10] Dictonnaire Étymologique de la langue Française, Troisième Édition Revue, Corrigée. Ouvrage couronné par l’Académie française, Librairie Hachette, Paris, 1914, p. 417.

[11] Koffie, kaffer & katoen, Arabische leenwoorden in het Nederlands, Marlies Philippa, Uitgeverij Bulaaq, 2008, p. 28.

[12] ‘Rond 1500 brachten de Portugezen de sinaasappel van Zuid-China naar het Westen. Vandaar dat de sinaasappel in het Italiaans ook wel portogallo wordt genoemd, in het Grieks portokalli en in het Bulgaars portokal. In het Arabisch heet de bittere sinaasappel nog steeds narandj, het woord dat de grondslag vormt voor de benaming van de zoete variant in diverse Europese talen. De ironie wil dat de naam van de zoete soort in het Arabisch van nu boertokaal is!’, aldus Philippa in Koffie, kaffer & katoen, Arabische leenwoorden in het Nederlands, Marlies Philippa, Uitgeverij Bulaaq, 2008, p. 29 en 30.

[13] Koffie, kaffer & katoen, Arabische leenwoorden in het Nederlands, Marlies Philippa, Uitgeverij Bulaaq, 2008, p. 29.

[14] Extract uyt de Resolutie van de Ed. Mog. Heeren Staten van Uytrecht, Aen sijn Hoogheyt De Prins van Oranjen, Weegens d’Opdracht van Hartog van Geldre ende Grave van Zutphen en Sijn Hoogheydts Antwoordt, Aen de Ed. Mog. Staten van Uytrecht. Nevens de Brief aen de Heeren Staaten van Hollandt, Rakende desselfs Opdraght, Aernhem, Adriaen Gerritsz, op de marckt, 1675.

[15] Hollands aeloude vryheid, buyten het stadhouderschap. By deszelfs eerste Vorm van Staatsbestier; door de Eedelen en Steeden verdeedigd, tegen velerhande dwingelandyen: tot na de dood van Willem de Derde, koning van Groot Brittanie: verrykt met Zin-Tafreelen van Mr. Romyn de Hooge. Met byvoeging der noodige bewysstukken, en voornaamste Staat- en Oorlogsgevallen. Beschreeven door Emanuel van der Hoeven. Agent van hunne Hoogvorstelyke Doorlugtigheeden den Regeerenden hertoch van Saxen, Wyzenfelt, Querfort etc. etc. etc. Hof en Kamer Agent van de Souveraine Hertochin van Saxen Mórsburg etc. etc. etc., Jan ten Hoorn Boekverkooper Over ’t Oude Heeren Logement, Amsterdam, 1706.

[16] Versameling, optocht, glorieuse bedrijven, en groote victorien van het machtig leger onder sijn koninklyke hoogheyt de Prins van Oraenjen, Den 11 augustus 1674. En vervolgens tegen den Prins van Condé, Ende Franssen bevochten, Jan Claesz. ten Hoorn, Boekverkooper over ’t Oude heeren Logement, 1674.

[17] Hüning, Matthias (1993): Visies op taalverandering, Forum der Letteren 34 (4), 281-302.

[18] Voor wie zich wil verdiepen in de geschiedenis van Orange kan bijvoorbeeld verwezen worden naar: Histoire Nouvelle de la ville et principauté d’Orange, Marc Chave, Avignon, 1741.

309 keer bekeken1 reactie